

De twee munten die zijn gevonden in het vermeende graf van de beroemde Franse musketier d'Artagnan spelen inmiddels een belangrijke rol in het lopende identificatieonderzoek. Na een grondige restauratie is duidelijk geworden dat ten minste één van de munten daadwerkelijk uit de juiste periode afkomstig is. Toch waarschuwen deskundigen dat deze ontdekking op zichzelf nog geen bewijs vormt dat het gevonden skelet daadwerkelijk van d'Artagnan is.
De botresten, die eerder werden aangetroffen in de Sint-Petrus-en-Pauluskerk in Wolder bij Maastricht, staan al maanden centraal in een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek. Naast het skelet werden ook twee oude munten opgegraven. Waar aanvankelijk vooral de menselijke resten de aandacht kregen, blijken de munten nu eveneens een belangrijk puzzelstuk te zijn.
Na de opgraving werden de munten onderzocht door restauratieatelier Restaura in Heerlen. Onder een microscoop verwijderden restauratoren voorzichtig corrosie en aangekoekte grondresten. Stap voor stap kwamen steeds meer details van het reliëf tevoorschijn.
Het onderzoek wees uit dat één van de munten een koperen liard is, ook wel bekend als een oord of dubbele duit. Op de voorzijde staat een gekroond wapenschild met het Beierse wapen en een verwijzing naar Maximiliaan Hendrik, die in de zeventiende eeuw aartsbisschop van Keulen was. Op de keerzijde is het wapenschild van Bouillon afgebeeld, samen met symbolen die verwijzen naar zijn functie als prins-bisschop van Luik.
Volgens de restauratoren dateert de munt uit ongeveer 1660. Dat is precies de periode waarin Charles de Batz de Castelmore, beter bekend als d'Artagnan, leefde en actief was. Bovendien viel Maastricht destijds deels onder het gezag van de prins-bisschop van Luik, waardoor een dergelijke munt historisch gezien goed in de regio past.
Hoewel de datering veelbelovend lijkt, benadrukken archeologen dat de vondst voorzichtig moet worden geïnterpreteerd. Een munt uit de juiste periode betekent immers niet automatisch dat ook het skelet van dezelfde tijd of persoon afkomstig is.
Bij archeologisch onderzoek draait het niet alleen om wat er wordt gevonden, maar vooral om de context waarin een voorwerp wordt aangetroffen. De exacte ligging van een munt ten opzichte van een skelet kan veel vertellen over de relatie tussen beide vondsten.
Juist daar wringt de schoen.
Uit het restauratieonderzoek blijkt dat de twee munten uit verschillende grondlagen afkomstig lijken te zijn. Dat maakt het onzeker of ze daadwerkelijk samen met het skelet zijn begraven.
Volgens deskundigen zouden de munten ook op een later moment in de bodem terecht kunnen zijn gekomen. Tijdens verbouwingen of de bouw van de huidige kerk kunnen kleine voorwerpen eenvoudig door houten vloeren of openingen naar diepere grondlagen zijn gezakt.
Om hierover zekerheid te krijgen, is nauwkeurige documentatie van de oorspronkelijke opgraving noodzakelijk. Die blijkt echter grotendeels te ontbreken.
De oorspronkelijke opgraving stond onder leiding van gepensioneerd archeoloog Wim Dijkman. Inmiddels heeft hij erkend dat tijdens de opgraving fouten zijn gemaakt in de vastlegging van de vondsten. Daardoor is het vandaag de dag lastig om exact te reconstrueren waar de munten zich bevonden ten opzichte van het skelet.
Eerder werd geopperd dat de munten mogelijk als grafgift waren meegegeven aan de overledene. In de oudheid werden munten soms bij een overledene gelegd als symbolisch betaalmiddel voor de reis naar het hiernamaals.
Volgens specialisten van Vrancken Antiek uit Eijsden is dat gebruik in de zeventiende eeuw echter nauwelijks nog gebruikelijk. Wel zijn er enkele historische voorbeelden bekend waarbij militaire officieren met een munt werden begraven.
Dat maakt de vondst interessant, maar nog altijd niet doorslaggevend.
Wat volgens deskundigen minstens zo opvallend is, is het ontbreken van persoonlijke bezittingen in het graf. Er werden geen resten van kleding, een zwaard, gesp, knopen of andere militaire attributen gevonden.
Wanneer daadwerkelijk sprake zou zijn van een hooggeplaatste militair zoals d'Artagnan, zou men juist verwachten dat dergelijke objecten aanwezig waren. Zeker als de overledene, zoals wordt vermoed, onder het altaar van een kerk zou zijn begraven.
Een mogelijke verklaring is dat het graf ooit is geplunderd. Toch wijzen archeologen erop dat het skelet nog grotendeels in oorspronkelijke positie lag. Bij een grafroof zouden de botten doorgaans veel meer verstoord zijn aangetroffen.
Voor sommige onderzoekers vormt het ontbreken van grafgiften en persoonlijke bezittingen daarom eerder een argument tégen de identificatie als d'Artagnan.
Ondanks alle onzekerheden maken de munten inmiddels officieel deel uit van het identificatieonderzoek dat wordt uitgevoerd door Saxion in Deventer, nadat de gemeente Maastricht het onderzoek eerder dit jaar heeft overgenomen.
De komende onderzoeksresultaten moeten duidelijk maken of leeftijd, herkomst en begraafperiode van het skelet overeenkomen met de historische gegevens van d'Artagnan. Pas wanneer deze analyses geen tegenstrijdigheden opleveren, kan worden gestart met DNA-onderzoek.
Voorlopig blijven de gevonden munten vooral waardevolle historische vondsten die het onderzoek ondersteunen. Ze bevestigen dat de locatie in de juiste historische periode werd gebruikt, maar leveren op zichzelf nog geen overtuigend bewijs dat de legendarische musketier daadwerkelijk onder de kerk in Maastricht begraven ligt. Juist de combinatie van archeologie, historische bronnen en modern DNA-onderzoek zal uiteindelijk moeten uitwijzen of een van de grootste mysteries uit de Nederlandse geschiedenis kan worden opgelost.
Zuyd Hogeschool ontwikkelt AI werkplek als veilig alternatief voor buitenlandse techbedrijven. Lees hier meer!



